LEGO® stad door de jaren: van Town naar LEGO® City
Bijna iedereen die ooit met LEGO® heeft gespeeld, heeft een stad gebouwd. Een LEGO® stad is een van de langstlopende speelwerelden van LEGO®: huizen, wegen, een brandweerkazerne, een politiebureau en genoeg bewoners om het druk te maken. Wat er wél veranderde, is bijna alles eromheen: de naam van het thema, de schaal van de gebouwen, de gezichten van de minifiguren en de manier waarop een set in elkaar zit. Dit artikel loopt die ontwikkeling langs, van LEGOLAND Town naar LEGO® City, en laat zien hoe je ziet uit welke periode een set komt.
Voor de minifiguur: de eerste stad
De stad is ouder dan de poppetjes. Al in de jaren vijftig verkocht LEGO® een Town Plan: huizen, een garage en een groot uitgevouwen stratenplan om ze op te zetten. De bekende minifiguren bestonden nog niet: de stad was vooral een stratenplan met gebouwen, kleine voertuigen en eenvoudige figuurtjes.
Dat veranderde eind jaren zeventig, met de introductie van de minifiguur zoals we hem nu kennen: gele kop met een bedrukt gezicht, draaiende armen en benen, een hand waar iets in past. Vanaf dat moment was de stad geen maquette meer maar een speelwereld. De maat van de minifiguur werd de maat van alles: deuren, stoelen, trappen.
LEGOLAND Town: de stad krijgt bewoners
De jaren tachtig zijn de klassieke Town-periode. Op de doos stond LEGOLAND, en het thema heette Town — vandaar dat een deel van het oudere assortiment in de winkel nog steeds onder Town staat en niet onder City.
Wat die sets kenmerkt is eenvoud. Gebouwen zijn open aan de achterkant, muren zijn recht, daken zijn schuine stenen. Auto's bestaan uit een chassisplaat met een paar stenen erop en een losse voorruit. Minifiguren hebben allemaal hetzelfde gezicht: twee zwarte stippen en een glimlach. Dat klinkt karig, maar het werkt — die neutrale kop kan alles zijn, en juist daardoor is een Town-figuur even goed een agent als een vader die boodschappen doet.
De subthema's die de stad tot vandaag dragen, ontstonden hier: brandweer, politie, bouw, haven, luchthaven en het benzinestation. Dat laatste is een aardig detail, want de pompstations in die jaren droegen echte merknamen, met Shell-logo's op de bedrukte stenen. Begin jaren negentig verving LEGO® dat door een eigen, verzonnen merk — Octan — en dat staat er sindsdien op.
De jaren negentig: meer thema's, meer specialisme
In de jaren negentig verdween het woord LEGOLAND van de doos en verscheen LEGO® System. De stad groeide uit naar randgebieden: duikers, arctische expedities, reddingsteams, raceteams. Tegelijk werd de bouwwijze specifieker. Er kwamen grotere voorgevormde onderdelen — complete cabines, voorruiten uit één stuk, gevormde bootrompen — en er verschenen steeds meer stickervellen in plaats van bedrukte stenen.
Ook de minifiguren veranderden. De rompbedrukking werd gedetailleerder, met zakken, ritsen en logo's, en tegen het eind van het decennium kwamen de eerste gezichten met meer expressie dan de standaard glimlach. Wil je daar dieper in duiken, dan staat het in LEGO® minifiguren herkennen.
De trein hoort in dit verhaal apart genoemd. Die liep altijd half binnen en half naast de stad, met een eigen ontwikkeling van 12 volt naar 9 volt en later naar de huidige opzet. Dat verhaal staat uitgebreid in een LEGO® trein kopen.
Van Town naar City
Rond de eeuwwisseling experimenteerde LEGO® met stadsreeksen en voertuigontwerpen. Er kwamen eenvoudiger modellen met voorgevormde voertuigbodems. De naam LEGO® City verscheen in 1999, waarna het stadsthema in 2003 en 2004 tijdelijk LEGO® World City heette, onder meer met politie- en treinsets.
Vanaf 2005 werd LEGO® City weer de vaste naam. Dat is meer dan een naamsverandering. De stad kreeg een vaste ritmiek van terugkerende golven — brandweer, politie, bouw, luchthaven, haven, later ook boerderij, mijnbouw, kustwacht, vulkaan en zelfs een eigen ruimtevaartprogramma. Elk jaar dezelfde categorieën in een nieuw jasje.
De overgang zit zo dicht op elkaar dat databases en winkels het niet altijd eens zijn: dezelfde set staat bij de één onder Town en bij de ander onder City. Daarom vind je in onze winkel allebei de ingangen — Town voor het oudere werk en LEGO® City voor de moderne stad. De officiële LEGO® geschiedenis beschrijft de verschillende themanamen.
Hoe herken je uit welke periode een set komt
Je hebt geen doos nodig om een stadsset te dateren. Een handvol kenmerken brengt je meestal binnen tien jaar.
| Periode | Waar je het aan ziet |
|---|---|
| Jaren zeventig en tachtig | LEGOLAND op doos en boekje; minifiguren met alleen stippen en een glimlach; echte oliemerken op pompstations; veel bedrukte stenen, weinig stickers; simpele voorruiten |
| Jaren negentig | LEGO® System op de doos; Octan in plaats van een echt merk; gedetailleerdere rompbedrukking; grotere gevormde onderdelen; duidelijk meer stickervellen |
| Rond de eeuwwisseling | Wisselende themanamen; voorgebouwde voertuigbodems in de lijnen voor jonge kinderen; het oude grijs en bruin nog in gebruik |
| Vanaf ongeveer 2005 | LEGO® City op de doos; vernieuwde grijs- en bruintinten; meer variatie in gezichten; vanaf 2021 modulaire wegdelen |
Het grijs is het handigste ijkpunt
Rond 2004 verving LEGO® de oude grijs- en bruintinten door nieuwe. Het verschil zie je met het blote oog zodra je twee stenen naast elkaar houdt: het oude grijs is warmer, het nieuwe koeler en blauwiger. Voor het dateren van een losse partij is dat het snelste hulpmiddel dat er is. Hetzelfde geldt voor het merkje op de nop en de vorm van de wielen — die punten komen terug in vintage LEGO® herkennen.
En de bouwplaat?
De ondergrond verraadt ook veel. Vanaf 1978 lag de stad vaak op grote wegplaten met noppen langs de randen en wegmarkeringen. Kleuren en patronen veranderden door de jaren heen. Sinds 2021 gebruikt LEGO® City ook opbouwbare, modulaire wegdelen. Wie een oude stad opnieuw opbouwt, zoekt dus gericht naar het juiste type ondergrond — in de winkel staan die bij de LEGO® bouwplaten.
Wat dit betekent als je tweedehands koopt
Een LEGO® stad bouw je zelden in één keer; je vult hem aan. Dat maakt de tweedehandsmarkt hier logischer dan bij bijna elk ander thema. Een paar praktische punten:
- Meng gerust periodes. Alles klikt op elkaar. Een brandweerkazerne uit de jaren tachtig naast een moderne politieauto ziet er niet raar uit — een stad groeit in het echt ook niet in één stijl.
- Let op kleurovergangen. Wil je juist wél één stijl, houd het grijsverschil van rond 2004 in de gaten bij het aanvullen van muren en wegen.
- Stickers wegen zwaar bij jaren negentig-sets. Daar zat veel detail in stickers in plaats van bedrukking, en die zijn zelden nog gaaf.
- Vraag naar de kleine onderdelen. Brandslangen, gereedschap, kegels, koffers en stuurtjes zijn wat er ontbreekt.
Hoe je een gebruikte set beoordeelt voor je hem koopt, staat stap voor stap in gebruikte LEGO® sets kopen. Het bredere aanbod vind je onder tweedehands LEGO® en, voor het echt oude werk, onder vintage LEGO®.
