Vintage LEGO® herkennen: uit welke periode komt je set?


Door Josse de Wijs
5 minuten leestijd

Vintage LEGO onderdelen en minifiguren op een sorteertafel met vergrootglas en instructieboekje

Een doos van zolder, een zak losse stenen van de rommelmarkt, een set zonder deksel en zonder boekje. Vintage LEGO® herkennen begint bijna nooit bij een setnummer, want dat is meestal precies wat ontbreekt. Wat je wél hebt zijn de stenen zelf, en die vertellen veel: kleur, opdruk, vorm en materiaal verschuiven per periode, en met een handvol kenmerken kom je uit op het juiste decennium.

Begin bij de stenen, niet bij de doos

Dozen raken kwijt, stenen niet. De vroegste LEGO®-stenen werden gemaakt van een kunststof dat minder stabiel is dan wat erna kwam: ze zijn vaak licht kromgetrokken, klemmen slecht en hebben een wat vettere glans. Vanaf ongeveer begin jaren zestig stapte LEGO® over op het materiaal dat vandaag nog gebruikt wordt, en dat blijft decennialang maatvast. Stenen die duidelijk niet meer recht zijn, horen dus waarschijnlijk bij de vroegste periode.

Logo en opdruk op de noppen

Op vrijwel elke nop staat het merk. De letters zijn in de loop van de tijd van vorm veranderd: dikte, breedte en plaatsing verschillen per periode. Met een loep en een moderne steen ernaast zie je dat, maar het is eerlijk gezegd het lastigste kenmerk uit dit artikel: zonder referentiesteen uit een bekende periode zegt de opdruk weinig.

Let ook op de binnenkant. Op heel oude stenen staat daar soms een patentaanduiding. Wat je er vrijwel altijd ziet is een klein verhoogd cijfer, en dat is een matrijsnummer uit de productie, geen jaartal. Die twee worden vaak verward. Het rode blokje met de witte letters dat iedereen kent, is er trouwens al sinds het begin van de jaren zeventig: een doos met dat logo kan uit 1975 komen of uit vorig jaar.

Kleur: verkleuring en het grijs-verschil

Waarom wit en grijs geel worden

Licht, warmte en tijd doen iets met kunststof. Wit trekt naar crème en daarna naar geelbruin, lichtgrijs gaat richting vuilgeel, en doorzichtige onderdelen verliezen hun heldere tint. Het zit in het materiaal, niet op het oppervlak, dus schoonmaken lost het niet op. Hoe je oude LEGO® wél veilig reinigt, staat in LEGO® schoonmaken. Verkleuring gaat bovendien ongelijkmatig: de kant die jarenlang naar het raam lag is donkerder dan de kant die in de bak zat.

Oud grijs en nieuw grijs

Dit is het bruikbaarste kleurkenmerk dat er is. LEGO® verving in het midden van het eerste decennium van deze eeuw de grijstinten. Het oude licht- en donkergrijs waren neutraal, bijna warm; de vervangers hebben een blauwe ondertoon, en verzamelaars noemen dat nieuwe grijs vaak "bley". Rond dezelfde omslag verdween ook het oude bruin ten gunste van een roodachtiger bruin.

Leg twee grijze stenen bij daglicht naast elkaar en het verschil is niet te missen. Daarmee heb je een harde scheidslijn: oud grijs betekent van vóór die omslag, nieuw grijs betekent jonger, of later bijgebouwd. Dat laatste komt bij tweedehands sets regelmatig voor en is geen probleem, zolang je weet wat je koopt.

Het palet als geheel

Oudere LEGO® leunt zwaar op rood, wit, blauw, geel, zwart en grijs. Zandkleuren, lavendel, koraal en de reeks aardetinten kwamen er later bij. Een bak met alleen basiskleuren is bijna altijd ouder dan een bak waar drie tinten groen in zitten.

Dozen, setnummers en boekjes

Heb je de verpakking nog, dan wordt het een stuk makkelijker:

Wat je ziet Wat het suggereert
LEGOLAND als merknaam op de doos Grofweg eind jaren zeventig tot rond 1990
Setnummer van drie of vier cijfers Oudere periodes; vier cijfers bleef lang in gebruik
Setnummer van vijf cijfers Modern, vanaf ruwweg de eeuwwisseling
Gele minifiguurkoppen met alleen een simpele lach De vroege minifiguurperiode
Huidskleurige koppen bij een licentiethema Vanaf begin deze eeuw
Foto-achtergrond en een onderdelenaantal op de voorkant Moderne verpakking

Let op met de aanduiding System: die is in meerdere, ver uit elkaar liggende periodes gebruikt en is daardoor een zwakker signaal dan LEGOLAND.

Instructieboekjes zijn stiekem een verrassend betrouwbare bron. Niet om het setnummer op de voorkant, maar om de achterkant: oudere boekjes sluiten vaak af met een overzicht van andere sets uit dezelfde reeks. Herken je daar één set van, dan heb je de periode van je eigen set te pakken. Losse boekjes zijn daarom gewilder dan je zou denken; we verkopen ze apart in de collectie bouwinstructies.

Onderdelen die zichzelf verraden

  • Ramen en deuren. Het oudere type heeft een dunner profiel en een andere manier waarop het glas erin zit. Eind jaren zeventig kwam het type dat we nu kennen. Een huis met de oude ramen is daarmee al aardig geplaatst.
  • Minifiguren. Vóór eind jaren zeventig bestond de minifiguur in zijn huidige vorm nog niet, dus een figuur zet je per definitie na die periode. De opdruk verfijnt het verder: kale armen en benen wijzen ouder, volledig bedrukte jonger. Hoe dat zit staat in LEGO® minifiguren herkennen.
  • Bouwplaten. Dikte, onderkant en bedrukking verschillen per periode: een dikke, onbedrukte plaat hoort bij een ander tijdvak dan een dunne plaat met een wegdek erop.
  • Wielen en assen. De oudere wielconstructies zijn zwaarder en zitten anders vast. Bij treinmateriaal valt dat het meest op.

Dateren zonder setnummer: de werkwijze

Heb je niets dan een hoop stenen, dan werk je van grof naar fijn. Zo doen wij het als er een doos binnenkomt:

  • Zoek eerst het grijs op: oud of nieuw grijs zet je aan de goede kant van de eeuwwisseling.
  • Kijk of er minifiguren tussen zitten, en hoeveel opdruk die hebben.
  • Beoordeel het kleurenpalet: alleen basiskleuren of ook moderne tinten.
  • Zoek een paar kenmerkende onderdelen op, zoals ramen, deuren en wielen.
  • Kijk tot slot of er iets van een thema in zit. Een ridderschild of een ruimtevizier wijst naar Castle of Space, en daarmee naar een periode.

Die vijf stappen leveren zelden een jaartal op, en dat hoeft ook niet. "Dit komt uit de tweede helft van de jaren tachtig" is voor waardebepalen, sorteren en verkopen ruim voldoende. Belangrijker is de zoekrichting die je wint: weet je periode en thema, dan vind je het setnummer vaak alsnog. Voor de stap daarna helpt wat is mijn LEGO® waard. Sommige reeksen zijn trouwens zo eigen dat je ze niet kunt missen: Fabuland met zijn dierfiguren staat los van alles wat ervoor en erna kwam.

Wat dit betekent als je koopt of opruimt

Voor een koper is de periode vooral een verwachtingsmanager. Oud wit is bijna nooit spierwit en oude stickers zijn bijna nooit strak. Bij De BrickPlaats vind je een wisselend aanbod vintage LEGO®, naast een bredere voorraad tweedehands LEGO® uit recentere jaren.

Ben je zelf aan het uitzoeken, sorteer dan op periode en niet alleen op kleur: oud en nieuw grijs door elkaar maakt elk bouwproject rommelig. Over indelen en bewaren schreven we LEGO® sorteren en opbergen.



Vanaf wanneer heet LEGO® vintage?

Er is geen officiële grens. Verzamelaars gebruiken de term in de praktijk voor sets en onderdelen uit de vorige eeuw, met het zwaartepunt bij de jaren zestig tot en met de jaren negentig. Alles daarna heet meestal gewoon tweedehands of gebruikt.

Wat is het verschil tussen oud grijs en nieuw grijs?

Het oude grijs is neutraal tot licht warm; het grijs dat daarna kwam heeft een blauwe ondertoon. De omslag vond plaats in het midden van het eerste decennium van deze eeuw, voor zowel licht- als donkergrijs. Naast elkaar bij daglicht is het verschil goed zichtbaar, op een foto lang niet altijd.

Kan ik vergeelde LEGO® weer wit krijgen?

Verkleuring zit in het materiaal zelf en niet in aangekoekt vuil, dus schoonmaken haalt het er niet uit. Er bestaan bleekmethodes, maar die tasten het oppervlak aan en het resultaat houdt lang niet altijd stand. Voor verzamelaars is onbehandeld materiaal doorgaans te verkiezen.

Vanaf wanneer heet LEGO® vintage?

Er is geen officiële grens. Verzamelaars gebruiken de term in de praktijk voor sets en onderdelen uit de vorige eeuw, met het zwaartepunt bij de jaren zestig tot en met de jaren negentig. Alles daarna heet meestal gewoon tweedehands of gebruikt.